zomerakkoord : artikel De Saedeleer, boekhouders - fiscalisten

zomerakkoord

 

 

De federale regering heeft ons deze zomer haar ‘zomerakkoord’ gepresenteerd. Er zaten heel wat fiscale maatregelen tussen, die wij hieronder hebben opgelijst en samengevat. Onze persoonlijke commentaren heb ik toegevoegd als schuine tekst. Opgelet: alles moet nog in wetteksten gegoten worden. Het eindresultaat kan daarom nog wijzigen. Veel leesplezier!


Wat betekent het zomerakkoord voor u persoonlijk?

Carensmaand zelfstandigen

De carensperiode bij ziekte voor zelfstandigen is momenteel 1 maand, maar vanaf 1 januari 2018 kunnen zelfstandigen na 2 weken al beroep doen op de tussenkomst van het RIZIV. Het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft echter onveranderd.

Het wordt dus belangrijker om vanaf dag één jouw ziekte door te geven aan het ziekenfonds, zodat de ‘wachttijd’ van weken kan beginnen lopen.

2de Pijler: bijkomend vrij aanvullend pensioen

Vanaf 2018 zal u als werknemer de mogelijkheid krijgen om aan uw werkgever te vragen om een deel van uw loon in te houden met als doel een bijkomend vrij aanvullend pensioen op te bouwen. U mag het bedrag van deze inhouding zelf bepalen.

3de Pijler: opties pensioensparen

Dankzij het zomerakkoord zal u twee mogelijkheden hebben wat betreft het pensioensparen. Ofwel blijft u premies storten van 940 euro, waardoor u een belastingvoordeel van 30% bekomt. Ofwel stort u premies van 1.200 euro, met als gevolg dat u een belastingvoordeel van 25% bekomt.

Indien u 260 euro extra stort, brengt dit een fiscaal voordeel van 18 euro op. Wanneer u weet dat diezelfde 260 euro op het einde van de rit aan 8% belast zal worden, lijkt het ons niet interessant om het verhoogde bedrag te gaan sparen.

Het totaalrendement (re

nte, winstdeelname, fiscaal voordeel van 30% inbegrepen en eindtaxatie inbegrepen) van pensioensparen met vaste rente, ligt deze dagen op ong. 2% tot 3%. Aan u om uit te maken of dit een interessante belegging op lange termijn vormt.

Belastingvrij bijverdienen

Werkt u in hoofdactiviteit minstens 4/5de dan kan u vanaf 1 januari 2018, 500 euro per maand, of 6.000 euro per jaar, belastingvrij bijverdienen. Het gaat hierbij enkel om de inkomens die u bekomt uit vrijetijdswerk in specifieke functies in de non-profit sector. Indien de drempel van 6.000 euro wordt overschreden, zullen alle inkomsten beschouwd worden als beroepsinkomsten.

Vermindering bijdragedrempel bij start activiteit

De inkomensdrempel waarop de sociale bijdrage berekend wordt, zal vanaf 1 januari 2018 voor de eerste 2 jaren verlaagd worden. Het derde en de volgende jaren blijven onveranderd, net zoals het percentage van 20.5%.

BijdragejaarHuidig jaarVoorgestelde drempel
Tot het einde van het 1ste jaar13.296,25 euro4.432,08 euro
2de jaar13.296,25 euro8.864,17 euro
3de en volgende13.296,25 euro13.296,25 euro

 

De minimumbijdrage is momenteel een rem voor start-ups die de eerste jaren verlieslatend zijn. Zeer interessant voor de starter die zich vb. in het eerste jaar een laag loon wil toekennen, of weinig verdient.

Harmonisering forfaitaire beroepskosten

De bedragen van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting zullen geharmoniseerd en progressief uitgebreid worden. De methode voor de berekening van de forfaits zullen geharmoniseerd worden naar het voorbeeld van de methode die van toepassing zijn bij werknemers. Deze verandering zal voor iedereen gelden, behalve voor bedrijfsleiders. Deze laatste kan immers zijn werkelijke kosten ten laste laten nemen door zijn bedrijf.

Zal dode letter blijven in bijna alle gevallen omdat de werkelijke beroepskosten hoger zullen zijn dan het forfait. Ik vermoed dat we dit nauwelijks zullen hoeven toe te passen, maar zullen dit uiteraard dossier per dossier opvolgen.

Btw huur onroerende goederen

De huur van onroerende goederen is tot op de dag van vandaag zonder btw. De regering heeft hieromtrent besloten om een optioneel systeem voor btw-onderwerping van de operaties m.b.t. de terbeschikkingstelling van onroerende goederen te voorzien.

Bij verhuur onder dit regime, kan de btw voor investeringen en kosten aan een gebouw door de verhuurder op vrij eenvoudige wijze afgetrokken worden. Interessant vooral wanneer de huurder de btw kan aftrekken.

Wat betekent dit voor uw eenmanszaak?

Eenmanszaken worden geharmoniseerd op vennootschapsregeling

In het zomerakkoord werd beslist dat de aftrekbaarheid van autokosten en de stopzettingsregeling die van toepassing zijn bij vennootschappen, ook van toepassing zullen worden bij eenmanszaken.

Dit houdt in dat de autokosten zullen aftrekbaar zijn i.f.v. CO2-uitstoot, en dat meerwaarden bij stopzetting steeds zullen belast worden (ik heb een tarief van 15% ‘horen vallen’).


Tijdelijke verhoging investeringsaftrek

Vanaf 1 januari 2018 zal de investeringsaftrek voor zelfstandigen tijdelijk opgetrokken worden van 8% naar 20%.

Zeer interessant! Een aantal zelfstandigen stellen er in de mate van het mogelijke zelfs investeringen voor uit. Het is onduidelijk voor hoe lang deze maatregel zal gelden. Ik heb gehoord dat dit enkel voor 2018 zou gelden. Bepaalde media spreken van 2 jaar.


Wat betekent dit voor uw vennootschap?

Verlaging vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2018 zal het normaal belastingtarief dalen naar 29% en de crisisbijdrage naar 2%. In 2020 zal het dit belastingtarief verder dalen naar 25% en de crisisbijdrage zal uiteindelijk helemaal wegvallen.

Het verlaagd opklimmend tarief zal worden hervormd naar 20% op de eerste schijf van de belastbare grondslag tot 100.000 euro voor alle KMO’s. Het verlaagde tarief zal ook gelden voor KMO’s die meer dan 100.000 euro belastbare winst hebben. Op het eerste deel van 100.000 euro genieten ze dan van het verlaagd tarief en het deel erboven zal belast worden aan het normale tarief.

 Nu20182020
Normaal tarief33%29%25%
Verlaagd tariefopklimmend tarief20%20%
Crisisbijdrage3%2%0%

 

Gezien de verlaging van het tarief, is het interessant om de winst van lopend jaar te drukken, en (in de mate van het wettelijke en mogelijke) te verschuiven naar 2018 en later.

Notionele interestaftrek op incrementeel kapitaal

De notionele interestaftrek of aftrek voor risicokapitaal blijft bestaan, maar de berekening wordt gewijzigd. Vanaf 1 januari 2018 zal de notionele interestaftrek niet meer berekend worden a.d.h.v. het eigen vermogen, maar aan a.d.h.v. de aangroei van het eigen vermogen, ook wel het incrementeel kapitaal genoemd. Elke toename van het kapitaal zal verdeeld worden over 5 jaar.

Tijdelijke verhoging investeringsaftrek

Vanaf 1 januari 2018 zal de investeringsaftrek voor vennootschappen, net zoals bij zelfstandigen, tijdelijk opgetrokken worden van 8% naar 20%. Deze aftrek zal niet te combineren zijn met notionele intrestaftrek.

Het is onduidelijk voor hoe lang deze maatregel zal gelden. Ik heb gehoord dat dit enkel voor 2018 zou gelden. Bepaalde media spreken van 2 jaar. Gezien de notionele intrestaftrek de laatste jaren is afgebouwd (lager tarief) en in de toekomst verder beperkt zal worden (zie boven), zullen steeds meer vennootschappen overschakelen naar investeringsaftrek.

Indien u grote investeringen plant, kan het in bepaalde omstandigheden lonen om deze uit te stellen tot 2018. In tegenstellen tot wat sommigen in de Tijd rondtoeteren, is dit niet per definitie het geval. Ook productiviteitswinst, notionele instrestaftrek, investeringsreserve en belastbaar resultaat hebben immers een invloed. De berekening omtrent optimaal moment van de investering is maatwerk. Contacteer ons indien u twijfelt.

Investeringsreserve

De investeringsreserve zal uitdoven.

Bestrijden van de “vervennootschappelijking”: verhoging minimumloon

Vanaf 1 januari 2018 zal de bedrijfsbezoldiging van 36.000 euro opgetrokken worden naar 45.000 euro. Deze regel geldt niet indien de belastbare winst kleiner is dan 45.000 euro. In dit geval moet de bedrijfsbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat. Daarnaast geldt de regel van 45.000 euro ook niet wanneer u een startende onderneming heeft. Vanaf 2018 zal u een bijzondere aanslag van 10% moeten betalen indien u geen of te weinig bezoldiging uitkeert, met uitzondering van startende ondernemingen. De aanslag van 10% zal worden berekend op het tekort aan bezoldiging.

Indien u dus volgend jaar te weinig loon opneemt, zal het tarief vennootschapsbelasting geen 20% maar 29% bedragen. Bovendien zal op de helft van de winst (beperkt tot 45.000 EUR), nog eens 10% bijkomende heffing verschuldigd zijn. De eindbelasting bedraagt in dergelijke gevallen ong. 34%, en is dus geen besparing tegenover de huidige tarieven.

Indien wij instaan voor uw loonberekening, zullen wij hiermee uiteraard rekening houden, en u begin volgend jaar het meest fiscaal optimale loon voorstellen.

Effectieve belastingen op supplementen naar aanleiding van controle

De belastingsupplementen die u moet betalen naar aanleiding van een controle zullen vanaf 2018 niet meer fiscaal kunnen verrekend worden (DBI-aftrek uitgezonderd). Op het  supplement zal dus belasting moeten betaald worden.

Men wil hiermee bedrijven aanzetten tot ‘alles correct aangeven’, maar dit is in de praktijk enkel een sanctie voor vennootschappen met overgedragen verliezen, investeringsaftrek e.d. Bedrijven die winstbelasting betalen, worden (gelukkig) niet extra gesanctioneerd door deze maatregel.

Voorafbetaling

In 2018 wordt de basisrentevoet die gebruikt wordt voor de berekening van de belastingvermeerdering bij gebrek aan voorafbetalingen opgetrokken van 1% naar 3%.

De vermeedering zal vermoedelijk 6,75% bedragen. Gezien de lage rentes een zeer grote penalisatie. Iedereen betaalt dus best ruim vooraf. Wij volgen dit op voor u.

Vooruitbetaalde kosten

De vooruitbetaalde kosten zal u vanaf 2018 niet meer integraal kunnen aftrekken in het jaar van de vooruitbetaling. Enkel het deel van de vooruitbetaling dat betrekking heeft op dat jaar zelf is aftrekbaar. Op deze manier wil de regering de mogelijkheid van de planningstechniek met vooruitbetaalde kosten vermijden.

Opvallend is dat dit pas vanaf 2018 zal gelden. Gezien de tariefdaling is deze planningtechniek vooral interessant om winsten van 2017 naar 2018 en later te krijgen…

Vrijgestelde reserves

Vanaf 2020 kan u uw vrijgestelde reserves omzetten in gewone belastbare reserves aan een verlaagd tarief van 15%. De vrijgestelde reserves die hiervoor in aanmerking komen zijn diegene die bestonden voor de belastbare tijdperken die afsluiten vóór 1 januari 2017.

Wat betekent dit voor uw personeel?

Vereenvoudiging winstpremie

Werkgevers kunnen van 1 januari 2018 hun werknemers makkelijker laten delen in de winst van hun bedrijf. De participatie in de winst zal voor alle werknemers zijn binnen het bedrijf, behalve voor bedrijfsleiders. Op de winstpremie zal geen personenbelasting betaald moet worden met als gevolg dat de werknemer meer zal overhouden dan bij een gewone bonus. De premie kan bestaan uit een vast bedrag of een percentage op het loon van de werknemer. Indien een bedrijf bepaalde werknemers een hoger premie wil geven dan de andere werknemers, dan hebben ze daarvoor de goedkeuring van de vakbonden in de ondernemingsraad nodig. De toegekende premies mogen niet hoger zijn dan 30% van de loonmassa. De sociale bijdrage van de werknemer op de winstpremie zal 13,07% bedragen. Er zal een belasting op de winstpremie berekend worden van 7%. Tenslotte zal de belasting voor de werkgever berekend worden volgens het tarief van de vennootschapsbelasting (bonus wordt behandeld als verworpen uitgave).

 

 Nieuwe winstpremieNieuwe winstpremieCao 90-bonusGewone bonus
 20182020  

Werkgever betaald

       -  Vennootschapsbelasting

       -  Werkgeverbijdrage

€ 1.000

- € 228,30

 

€ 1.000

- € 200

 

€ 1.000

 

- € 248,10

€ 1.000

 

- € 230,80

Bruto bonus werknemer€ 771,70€ 800,00€ 751,90€ 769,20

werknemersbijdrage

belasting 7% winstpremie

personenbelasting

- € 100,90

- € 47,00

 

- € 104,60

- € 48,70

 

-€98,30

 

 

-€ 100,50

 

-€ 300,90

Netto bonus werknemer€ 623,90€ 646,80€ 653,60€ 367,80

 

Uitbreiding flexi-jobs

De flexi-jobs zullen worden uitgebreid van de horeca naar de detailhandel. Daarnaast zullen de flexi-jobs ook mogelijk zijn voor gepensioneerde vanaf 1 januari 2018.


Proefperiode

Tot op de dag van vandaag moeten werkgevers een ontslagen werknemer 2 weken opzeg uitbetalen indien het ontslag gebeurd in de 3 eerste maanden. Deze 2 weken worden ingekort naar 1 week opzeg. Deze hervorming geldt zowel voor contracten van onbepaalde als van bepaalde duur.

 

 < 1 maand< 2 maand< 3 maand< 4 maand< 5 maand< 6 maand
Huidig jaar2 weken2 weken2 weken4 weken4 weken4 weken
Voorgesteld1 week1 week1 week3 weken4 weken5 weken

 

Starterjobs

De regering wil de aanwerving van jonge werknemers van 18 jaar t.e.m. 21 jaar stimuleren. Hiervoor zal men vanaf 2018 de arbeidskost voor de werknemer verlagen of de fiscale aftrek verhogen. In beide gevallen zal het nettoloon van de werknemer niet worden aangetast.

 

Update 13/12/2017: onze cliënten werden individueel geinformeerd omtrent het intussen verder uitgewerkte zomerakkoord, incl. te nemen (fiscale) beslissingen voor het jaareinde.

 

 



Gepubliceerd / laatst bijgewerkt op 2017-09-11

Fiscale planning Financieel - Economisch Optimaal verlonen Personenbelasting Vennootschapsbelasting

De Saedeleer

Service en advies sinds 2003.



Meer informatie over dit artikel?
Meer informatie over fiscale planning?

Contacteer ons